Chaos-doelenspel
Aantal spelers: minimaal 6
Nodig: 6 tot 8 pionnen en 2 foam ballen
Het veld wordt verdeeld in twee vakken. Achter in elk vak staan minimaal 2 deelnemers van het team. De nummers 3 en meer zitten aan de kant. De deelnemers die in het vak staan verdedigen ieder hun eigen pion. De pion staat op zijn punt. Ook heeft elk vak een midden pion. De twee teams proberen bij elkaar de pion om te gooien. Wanneer een pion is omgegooid wisselt diegene met iemand uit zijn eigen team die aan de kant zit. Wanneer de midden pion is omgegooid wisselen alle deelnemers van dat team met degene van hun team die aan de kant zitten. De deelnemers blijven op hun eigen helft en mogen dus niet over de middellijn heen. Er wordt met twee foam ballen gespeeld. Er mag niet met de bal in de handen gelopen worden. Wel mogen de deelnemers binnen het team overspelen en samenwerken. Wanneer er met grote teams wordt gespeeld kan er ook voor gekozen worden om drie deelnemers per team in het veld te zetten. Dan zijn er twee pionnen meer nodig.
Banktikkertje
Aantal spelers: minimaal 10
Nodig: 2 banken
In het midden van de ruimte worden twee banken in de lengte tegen elkaar aangezet. Hier mag niemand overheen. Twee of drie kinderen, afhankelijk van de grootte van de groep, werken samen als tikker. Er mag er maar één tegelijk tikken, de anderen zitten op de bank. Wanneer de ene tikker gaat zitten staat één van de andere tikkers op en mag dan beginnen te tikken. Door goed samen te werken kunnen ze de groep 'opjagen' en hoeven ze zelf niet veel te rennen.
Uitputtings estafette
Aantal spelers: minimaal 6
Nodig: 6 pionnen
Estafette waarbij naar een punt op 5 meter gerend moet worden, daar grond aantikken. Dan terug, en dan naar een punt 10 meter ver. Dan terug en vervolgens 15 meter. Wanneer de eerste terug is mag de tweede deelnemers van de groep. Het team waarvan als eerste alle deelnemers aan de beurt zijn geweest heeft gewonnen.
Olifant en ruiter estafette
Aantal spelers: minimaal 8
Nodig: pionnen om start en eindpunt aan te geven
De diverse groepjes zijn van gelijke aantallen en staan achter de startlijn opgesteld. Voor iedere groep is op ongeveer 10 meter afstand de eindlijn aangegeven. Eén van de spelers is de zogenaamde ruiter, de anderen in het groepje zijn de olifanten. Op het startteken springt iedere ruiter op de rug van de eerste speler van zijn groepje. Nummer 1 brengt de ruiter naar de overzijde, waar de ruiter afspringt en terug loopt om de volgende olifant te halen (nummer 2). Alle olifanten blijven bij de eindlijn wachten. Het opstijgen moet achter de startlijn plaatsvinden. Het afspringen mag pas als de eindlijn is gepasseerd. De groep die als eerst alle olifanten aan de overzijde heeft is de winnaar.
Pion stelen
Aantal spelers: minimaal 7
Nodig: één kegel, iets om de achterlijn mee aan te geven (lint, pionnen, lijn)
De groep is in tweeën verdeeld. Beide helften van de groep staan tegenover elkaar op een lijn. In allebei de groepen worden de leerlingen op willekeurige volgorde genummerd. De groepen weten niet van elkaar wie welk nummer heeft. Een iemand staat aan de kant en noemt alle nummers een keer in willekeurige volgorde op. Als bijvoorbeeld nummer één wordt genoemd rennen de nummers één naar de pion die in het midden staat. Je verdient een punt door de pion te pakken en zonder getikt te worden door de ander achter je achterlijn te komen. Als de ander degene met de pion tikt voordat die terug is achter zijn achterlijn dan heeft deze gewonnen. Alle punten van beide teams worden opgeteld zodat op het einde één team de winnaar is.
Boompje verwisselen
Aantal spelers: minimaal 6
Nodig: bomen of paaltjes voor het aantal deelnemers – 2
Aantal bomen (of paaltjes) worden aangewezen als speelbomen, twee bomen minder dan er spelers zijn. Een speler wordt aangewezen als tikker. De laatst overgebleven speler is vogelvrij: hij kan worden getikt. Maar deze speler kan zichzelf 'redden' door naar een boom met speler te gaan. Die speler moet dan weg want er mag maar een speler staan per boom. De vertrekkende speler is dan dus vogelvrij. Je hoeft natuurlijk niet te wachten totdat je wordt verjaagd van je boom, je kunt natuurlijk meteen al naar een andere boom rennen om het spel zo wat spannender te maken.
Inhaalbal
Aantal spelers: minimaal 10
Nodig: twee ballen of andere voorwerpen om door te geven
Twee partijen staan om en om in een enkele kring opgesteld. Iedere groep bezit een bal. Op teken van de spelleider moet de bal in dezelfde richting worden doorgegeven door spelers van de eigen groep volgens de kringvolgorde. Bij het doorgeven van de bal sla je dus steeds degene die naast je staat over, want die is van de tegenpartij. Er wordt begonnen bij twee tegenover elkaar staande spelers. De bedoeling van het spel is de bal van de tegenpartij in te halen. Lukt dit, dan wordt er opnieuw gestart. Er kan daarna bijvoorbeeld met een ‘handicap’ gespeeld worden zoals met één hand doorgeven of boven je hoofd doorgeven bijvoorbeeld.


Powered by Maakum Websites